| A. | |
| Aalstreep | Donkere vachtstreep van hals tot staartwortel. Zie Fjorden |
| Aanwijzingen | Aanwijzingen van de ruiter voor het paard met behulp van handen, benen, stem etc. |
| B. | |
| Bodemvast Ras. | Een ras dat zich op een plaats kan handhaven zonder te degenereren en wat daarvoor geen toevoer van vreemd bloed of bloed uit eigen land nodig heeft. bv de shetland pony. |
| Bokhoef | Hoef die steil staat en weinig straal heeft. |
| C. | |
| Cadans | Soepele en ritmische beweging die het paard maakt in een bepaalde gang. |
| Concaaf Profiel | Dit is hol tussen het voorhoofd en de neus. Een veelvoorkomend iets bij woestijnpaarden. |
| E. | |
| Elandneus | Convexe neus. |
| Enter | Een 1 jarig paard. |
| Evenwicht | Harmonische verdeling van het gewicht van de ruiter en het paard. |
| G. | |
| Gangen | De beweging van de benen van het paard tijdens de basisgangen zoals stap, draf en galop. |
| Gangenpaard | Alle paardenrassen die genetisch bepaalde gangen hebben zoals de tolt en telgang. |
| H. | |
| Hengst | Mannetjes paard die vruchtbaar is. |
| Hoogeschool | De klassieke manier van het op het hoogste niveau africhten van paarden. |
| I. | |
| Inbuiging | Het 'rond' worden vanhet lichaam door het inbuigen om het binnenbeen van de ruiter bij bv. een volte. |
| Inteelt | Fokken met vader en dochter of moeder en zoon om een bepaald genetisch potentieel te krijgen. |
| J. | |
| Jaarling | Een 1 jarig paard. |
| K. | |
| Koehakkig | Naar binnen staande spronggewrichten. |
| Kootbeharing | Haar aan de kootgewrichten, voor een deel aan de pijpbeenderen. Word ook wel behang genoemd. |
| M. | |
| Merrie | Vrouwtjes paard. |
| R. | |
| Ruin | Mannetjes paard wat gecastreerd is. |
| T. | |
| Trekvast Ras. | Tuig - en Werkpaarden die de spieren, kracht en bouw hebben samen met het uithoudingsvermogen om in staat te zijn zware lasten te trekken. |
| Twenter | Een 2 jarig paard. |
| V. | |
| Veulen | Pas geboren paard tot 1 jaar oud. |