Paardrijden is een plezierige bezigheid. het wordt nog prettiger als het paard of de pony er ook plezier in heeft. Daar heb je zelf invloed op. Door verstandig met het paard om te gaan. Sommige zaken liggen voor de hand; aan andere dingen denk je misschien niet direct. Daarom volgen hier een aantal wenken om het rijden zowel voor de beginnende ruiter als voor het paard zo aangenaam mogelijk te maken.
Rijden met begeleiding is ten sterkste aan te raden; paardrijden is niet zonder gevaar en de reacties van een onbekend paard kunnen je zo verrassen dat er ongelukken gebeuren. Beginnende ruiters die zonder bekwame begeleiding buiten gaan rijden zijn onverantwoordelijk bezig. Ook voor ervaren ruiters is het aan te raden om niet alleen naar buiten te gaan, maar minstens met zijn tweeën.
Paard moet op je kunnen rekenen.
Je moet eraan denken dat een paard
afhankelijk is van de ruiter. Dat klinkt misschien merkwaardig, zeker als je al
eens tevergeefs geprobeerd hebt om hem te doen gehoorzamen. Toch is het zo. Als
een paard je vertrouwd, zal hij je beter gehoorzamen, niet de neiging hebben om
er vandoor te gaan en niet angstig worden. Dat vertrouwen moet je opbouwen door
zelf rustig te zijn. Vermijd en voorkom haastige en paniekerige reacties als het
paard ergens van schrikt of een onverwachte beweging maakt.
*Vertel de manegehouder/instrukteur hoeveel rijervaring je hebt; van een te
mooie voorstelling van zaken zul je al snel spijt krijgen.
*Doe je ook niet
wijzer voor dan je bent; als je niet precies weet hoe je een paard moet
opzadelen, vraag het dan aan iemand die het weet.
*Maak kennis met je paard.
Een paard is geen machine die je kunt starten als je ermee gaat werken. Laat hem
aan je ruiken voordat je hem opzadelt of voordat je opstijgt.
*Als je paard
al opgezadeld is, controleer het zadel en hoofdstel:zijn de riemen in orde, is
de singel (zadelriem) niet bijna doorgesleten, ligt het zadeldek recht,
enz.
*Kijk of het paard niet kreupel is en controleer of de hoefijzers
vastzitten (dat kun je o.m. horen); niet elk paard is overigens
beslagen.
*Informeer naar specifieke eigenschappen van het paard, zoals
bokken, rollen, bang voor honden, hekel aan andere (kleur) paarden,
verkeersgedrag.
*Informeer naar ruiterroutes en orienteer je op het terrein;
op sommige delen van het strand mag je overdag niet rijden en in veel gebieden
is tegenwoordig een ruiterbewijs verplicht.
*Loop bij het verlaten van de
manege links naast je paard en bij smalle doorgangen voor hem uit.
*Gebruik
geen sporen; ze zijn bij buitenritten overbodig en voor een verantwoord gebruik
heb je veel rijervaring nodig; een kort zweepje kan handig zijn bij
buitenritten.
*Nooit touw of teugels om de hand binden.
*Houd altijd goed contact met de mond van het aard via de teugels; niet
te strak en nie te los.
*Bouw de rit regelmatig op; begin kalm aan met een
paar minuten stappen en een paar minuten draven.
*Galop is de gang die de
meeste energie vergt van een paard; de maximale duur hangt af van het paard,
maar in principe kan men stellen dat een paard maar een paar minuten verantwoord
kan galopperen.
*Galloppeer nooit op een erg zachte, erg harde of gladde
ondergrond; hard is slecht voor de gewrichten, zacht is te zwaar en kan
beschadegingen aan de pezen veroorzaken en glad leidt tot uitglijden. Met
houtsnippers verharde ruiterpaden, gestampte zandpaden en de vloedlijn zijn
geschikt voor galop.
*Rijd op paden met (scherpe) stenen altijd in
stap.
*Oppassen met verkeer, Wees vastberaden: attent maar niet paniekerig.
Rijd zoveel mogelijk op ruiterpaden; als je toch gebruik van de openbare weg
moet maken, rij dan in de berm als dat toegestaan is. De meeste paarden zijn wat
schrikachtig voor verkeer. Ga over in stap als er verkeer nadert. Houd rekening
met andere weggebruikers.
*Rijd hellingen altijd in een rechte lijn op en af,
vooral als ze steil zijn (dus niet schuin of zigzaggend); leun bergopwaarts en
bergafwaarts een beetje naar voren (om de rug van het paard te
ontzien).
*Laat het paard onderweg niet grazen;er kunnen giftige planten
staan.
*Als je onderweg afstapt, teugels vasthouden!!
*Laat het paard
onderweg nooit grote hoeveelheden koud water drinken.
*Rijd niet langer dan 2
uur achtereen zonder rustpauze; het laatste kwartier in stap om de ademhaling
tot rust te laten komen. Ga er eventueel naast lopen.
*Beloon het paard met een klopje op de hals, maak de singel een paar
gaatjes losser en steek de beugels op.
*Vraagt als je terugkomt de
manegehouder wat je met het paard moet doen; als je hem te drinken geeft de
neusriem losmaken en het bit inlaten, anders drinkt hij te veel in één keer; pas
daarna afzadelen en zonodig afdrogen met een bos stro.
*Controleren op
drukplekken van zadel en hoofdstel; waarschuw de manegehouder als het paard iets
heeft.